In zijn vrije tijd schreef hij talloze gedichten over uiteenlopende onderwerpen. In 1746 vertrekt hij naar Hellevoetsluis, waar hij een betrekking bij de Marine krijgt. Als in 1750 zijn hoofdwerk verschijnt, De Rottestroom, dat is opgedragen aan stadhouder Willem IV, krijgt hij door bemiddeling van de prins een goed betaalde functie.
Lang heeft hij er niet van kunnen genieten. Toen hij op een dag een schip bezocht, werd hij door een hond gebeten. Een maand later stierf hij aan een ernstige wondkoorts, in 1752. Hij ligt in Hellevoetsluis begraven.
De Rottestroom is een heel lang gedicht. Er is wel enige studie nog om het achttiende-eeuwse Nederlands helemaal te kunnen volgen. Maar een strofe als "De achtbre Maelstroom, door haer prael, pracht en rykdom opgetogen, staröogt op haer koopvermogen, uit zyn glazen waterzael," is een mooi beeld van de Rotte in de oude binnenstad.
Dirk Smits leeft voort in de straat die naar hem is vernoemd en die tegenwoordig vooral bekend is van het Nivonhuis, waar onder andere de stichting Jazz in Crooswijk zijn concerten organiseert. In de jaren zestig woonde de dichter Jules Deelder met zijn toenmalige vriendin Roselie Peters in de Dirk Smitsstraat. Het verhaal wil dat het jonggestorven gitaarwonder Jimmie Hendrix, die in Rotterdam een concert gaf, daar een nacht zou hebben gelogeerd.
Met het aanbrengen van deze dichtregel in de originele spelling op de gevel van Bar Alaska, op het punt waar de Rotte haar mooiste bocht maakt en als het ware Crooswijk kust, brengt een vleug verleden in de wijk terug.
Het idee is van de dichter Rien Vroegindeweij, de uitvoering was in handen van Reclameatelier Leo Mineur, in opdracht van Woonstad Rotterdam.
Ziet hoe teêr zy Krooswyk kuscht
Deze regel schreef de Rotterdamse dichter Dirk Smits in een van zijn vele dichtwerken over de Rotte. Smits werd geboren in 1702 in Rotterdam en verdiende de kost als ambtenaar van de wijnbelasting. Hij had acht kinderen, waarvan er twee jong stierven. Met een broer had hij ook nog een loodwitfabriek ergens langs de Rotte. Of dat te rijmen viel met zijn idyllische beschrijvingen van de Rotte en het landschap eromheen, laat zich raden.